Elvis Peeters

Persreacties


Elvis is een dichter

Filip Van Ongevalle, DSL 16 01 09

’Elke dag te moeten sterven en steeds mijn eigen lijk te erven ik moet wel doodgaan zonder dat ik heb geleefd’ Ik had het met een vulpen en zwarte inkt geschreven op een wit papiertje, er een dikke zwarte kader rond getrokken en het vervolgens op mijn schoolagenda geplakt. Ik zat in het zesde jaar van de humaniora. Het leven van een tiener kan hard zijn.

Het citaat kwam uit ’Overleven’, een song van Aroma di Amore, en ik ken de tekst nog altijd uit het hoofd - net zoals ik uit vrijwel elk nummer van Aroma di Amore probleemloos een tekstflard kan opdreunen. Ik had iets met die band. Ik heb er eigenlijk nog altijd iets mee, want tienerliefdes vergeet je niet.

Er was de muziek. Donkere new wave, met metalig klinkende gitaren; soms loodzware, dan weer speelse synthesizers; af en toe wat saxofoon of klarinet. Een drummer had de band lange tijd niet. Een drumcomputer klaarde de klus veel efficiënter en zorgde voor een agressievere klank, mee in de hand gewerkt doordat de zanger zijn teksten meer scandeerde dan zong en af en toe ook op een staalplaat stond te meppen - jahaa, het was me wat in de jaren 1980.

Die zanger was, en nu begrijpt u eindelijk waarom ik u dit allemaal vertel op bladzijde drie van De Standaard der Letteren, Elvis Peeters, de ondertussen gelauwerde auteur van onder meer De ontelbaren.

In zijn donkere universum vol verdriet, oorlog, antimilitarisme, dood, waanzin en spaak lopende relaties, speelde hij ingenieuze spelletjes met de taal. Voor Peeters was de taal een speeltuin (of een stripverhaal - ’De taal is een stripverhaal’ is de titel van een van zijn songs). Zijn taalspelletjes zorgden voor een streepje broodnodige humor tussen de zwartgalligheid. De ene woordspeling buitelde over de andere dubbele bodem; betekenissen werden omgedraaid, binnenstebuiten gekeerd of op hun kop gezet.

Toch was Peeters’ taal niet barok; integendeel. Als een zuinige slager beende hij zijn zinnen uit tot op het bot. De beelden die hij opriep, vertelden meer dan duizend woorden. Dit was poëzie op muziek. Als een componist een toondichter is, dan was de tekstschrijver Elvis Peeters zonder meer een dichter. Een dichter zonder bundel, weliswaar. Want ook al werd hij later schrijver van romans en (muziek)theaterstukken, en bleef hij ook als tekstschrijver aan de slag bij de groep De Legende, een dichtbundel had hij niet.

Tot nu.

De zanger die schrijver werd, is op zijn 51ste eindelijk ook dichter. Dat is ook de titel van zijn poëziedebuut: Dichter. Op de cover ligt een schip weg te roesten op een rivier en in de troebele weerspiegeling op het water krijgt het bovendien ook rimpels.

Verval, water, een titel met verschillende betekenissen... dit is onmiskenbaar Elvis Peeters. Er staan 37 gedichten in de bundel, en eentje erop. Erop? Jawel: op de flaptekst staat nummer 38 (’Poëzie als woordbreuk’). Het is een juweeltje, en tegelijk ook een gebruiksaanwijzing voor de bundel.

Wie vertrouwd is met zijn oeuvre, voelt zich al van bij de eerste zin thuis: ’De kou die ik voel hangt voor het venster’. Er zijn een aantal woorden die Peeters graag gebruikt, en die duiken ook in deze bundel herhaaldelijk op: kou, een venster (of een raam), scherven, vogels (soms worden ze benoemd: een leeuwerik, een meeuw, een merel), water, vuur, de tijd, de horizon, kil, moe, een oever, een lichaam, benen (die meestal worden geopend of uit elkaar gedrukt).

Er staat in Dichter mooie beeldspraak: ’De boot kust de kade op de lippen, inktzwart’, of: ’Langs de oever van het kanaal loop ik evenwijdig met de vallende avond’. Rake opmerkingen: ’Massa’s zijn het eenzaamste wat er is’. Zinnen die uit een songtekst zouden kunnen komen: ’Neem de foto, neem de tijd, neem de benen’. En natuurlijk ook de woordspelletjes waar hij een patent op heeft ’Een eenmaal gebroken woord draagt voor altijd een barst’.

Om helemaal top te zijn, zitten al die taalacrobatieën iets te vaak verstopt in gedichten die niet over de hele lijn overtuigen, of die we misschien net een keer te weinig hebben gelezen om ze helemaal te snappen. Dat was ook in Peeters’ liedjesteksten al zo, maar toen kon de muziek dat compenseren. In een gedicht heeft de tekst die reddingsboei niet. Dan moeten de woorden zelf hun mannetje staan.

Beginpagina > Literatuur > Dichter > Persreacties
design by {yichalal}